Balder Beleggen

Gratis offerte
Asset liability management
Schermenbeurs
NASDAQ
Rendement
Aandeel
Beleggen voor beginners
Beleggingsbeleid
Beleggingsinstelling
 
 

Welkom op Balder Beleggen,
rubriek Beleggingsfondsen

 


Beleggingsfondsen










 











   


 
















Onderwerpen
 >> 
Beleggen voor beginners
>> Beleggingsfondsen




Beleggingsfondsen


Een beleggingsfonds
is een instelling die geld van een grote groep beleggers op één
rekening in een gespreide portefeuille van bijvoorbeeld aandelen
belegt. Dit kan vele voordelen opleveren voor een belegger met een
kleine portefeuille omvang. Sommige beleggers zien beleggingsfondsen
als een relatief veilige belegging. Vroeger ging dit misschien wel
op. Tegenwoordig worden veel fondsen geïntroduceerd gericht op een
bepaalde sector of bepaald land. Dit brengt een sterk verhoogd risicoprofiel
met zich mee. De belegger kan dit compenseren door zelf de landen
of sector spreiding aan te brengen. Maar, hierdoor gaat één van
de belangrijkste voordelen van beleggen in beleggingsfondsen verloren.
Namelijk dat de belegger de markten niet op de voet hoeft te volgen
en dat hij geen ingewikkelde sector/landen analyses hoeft te maken.
In dat opzicht is het een vreemde ontwikkeling dat er steeds meer
van dergelijke fondsen worden geïntroduceerd.


Soorten

Er zijn diverse soorten beleggingsfondsen. De volgende vijf soorten
zijn er: aandelen-, obligatie-, liquiditeiten-, onroerend-goed-
en mix-fondsen. Aandelenfondsen beleggen voornamelijk in aandelen
van beursgenoteerde ondernemingen. Er zijn verschillende soorten
aandelenfondsen afhankelijk van hun beleggingsdoelstelling. Een
aandelenfonds kan op diverse manieren belegd zijn:



  • wereldwijd:
    met deze fondsen wordt internationaal belegd.

  • Europa:
    met deze fondsen wordt belegd in Europese ondernemingen.

  • Amerika:
    deze fondsen kennen Amerikaanse ondernemingen.

  • Verre Oosten:
    met deze fondsen wordt belegd in Aziatische ondernemingen.

  • Nederland:
    deze fondsen kennen Nederlandse ondernemingen als belegging.

  • Emerging
    markets: zijn groeilanden die bezig zijn met een snelle ontwikkeling
    tot moderne industriestaten, waarin belegt wordt.

  • Landen:
    op deze manier wordt specifiek in één land belegd.

  • Sectoren:
    sommige beleggers zijn van mening dat het kiezen van de juiste
    "sectoren" belangrijker is dan de juiste landen te selecteren.
    Voor deze beleggers bieden sectorenfondsen uitkomst.

  • Obligatiefondsen:
    zoals de naam al suggereert, wordt met deze fondsen voornamelijk
    belegd in obligaties.

  • Obligatiefondsen
    netto: deze fondsen beleggen op dezelfde manier als Obligatiefondsen
    dividenduitkerend, maar voegt de inkomsten toe aan het fondsvermogen
    na afdracht van 35% vennootschapsbelasting.
    Obligatiefondsen
    netto keren dus geen dividend aan de belegger uit, maar ziet het
    rendement vertaald in een hogere fondskoers.

  • Obligatiefondsen
    dividend uitkerend: de opbrengst bestaat uit koerswinst en dividend.
    Het dividend wordt onder inhouding van 25% dividendbelasting,
    aan de aandeelhouders uitgekeerd. Interessant voor beleggers die
    hun dividendvrijstelling nog niet volledig hebben benut.

  • Obligatiefondsen
    met fictief rendement: de Obligatiefondsen netto, betalen 35%
    vennootschapsbelasting, wanneer zij in Nederland gevestigd zijn.
    Natuurlijk zijn er landen met een beter belastingklimaat. Er zijn
    dan ook beleggingsfondsen in andere landen gevestigd om daar de
    vruchten van te plukken.

  • Liquiditeitenfondsen
    netto: liquiditeiten zijn kortlopende rentedragende beleggingen
    zoals deposito's en spaarrekeningen. Liquiditeitenfondsen zijn
    vooral interessant als de geldmarktrente gaat stijgen. De opbrengst
    bestaat voornamelijk uit rente en een klein beetje koerswinst.

  • Onroerend-goedfondsen:
    de meeste beleggers kunnen alleen in internationaal commercieel
    onroerend goed beleggen via een beleggingsfonds vanwege het ontbreken
    van het benodigde kapitaal en de benodigde kennis.

  • Mix-fondsen:
    gemengde fondsen beleggen in een mix van aandelen, obligaties,
    onroerend goed en Liquiditeiten. Sommige mix-fondsen hebben zelfs
    de vrijheid om in warrants e.d. te beleggen of risico's af te
    dekken door middel van opties.


Risico's


Een belegger zal nooit op voorhand weten welk totaalrendement hij
zal behalen. En zeker niet de ups en downs waar hij tijdens zijn
beleggingsperiode mee te maken krijgt. Met de bekende term in iedere
brochure en reclame foldertje, "in het verleden behaalde rendementen
bieden geen garantie voor de toekomst", wordt de belegger er altijd
aan herinnerd dat bij beleggen nooit een garantie op te behalen
rendementen te geven valt. Dat betekent niet dat de in het verleden
behaalde rendementen van een fonds niets zeggen.


Voor- en
nadelen


Van alle beleggingsproducten die in omloop zijn, kunnen wel nadelen
gevonden worden. Maar natuurlijk ook vaak voordelen. Over het algemeen
hebben beleggingsfondsen meer voordelen dan nadelen. Beleggingsfondsen
mogen beslist niet ontbreken in een beleggingsportefeuille. Pas
als uw belegd vermogen meer is dan ongeveer 1 miljoen gulden, zijn
beleggingsfondsen niet meer echt nodig. De noodzakelijke spreiding,
over de categorieën, landen en sectoren kunt u dan zelf aanbrengen
omdat uw vermogen groot genoeg is. Natuurlijk moet u dan wel een
vermogensbeheerder opzoeken. Het is voor een individuele belegger
immers onmogelijk om alle economieën over de gehele wereld te analyseren.


De voordelen
van beleggingsfondsen zijn:



  • U kunt al
    vanaf fl.100 per maand deelnemen.

  • De spreiding
    van beleggingsfondsen is vaak een pluspunt ten opzichte van beleggen
    in aandelen.

  • Kosten zijn
    laag.

  • Veel fondsen
    kunnen giraal worden aangehouden waardoor transactiekosten vaak
    laag zijn.

  • De fondsen
    worden deskundig beheerd.

  • De mixfondsen,
    aandelenfondsen die wereldwijd beleggen, obligatie- en liquiditeitfondsen
    kan je op langere termijn aanhouden zonder er actief mee bezig
    te zijn.

  • Met de landen-
    en sectorfondsen kunt u toch actief beleggen.

  • Bij open-end
    fondsen ligt de beurskoers altijd rond de "werkelijke" waarde.

  • Verhandelbaarheid
    is goed. Snel in en uitstappen is mogelijk


Nadelen:



  • Bij closed-end-fondsen
    kan de beurskoers ver boven of onder de "werkelijke" waarde liggen.

  • Veel beleggingsfondsen
    zijn niet transparant. De informatievoorziening is vaak beperkt
    tot reclame foldertjes

  • Met name
    de sector en landenfondsen zijn nog maar kort genoteerd op de
    beurs. De risico's en historische rendementen ontbreken.


Stappenplan

Met het onderstaande stappenplan kunt u tot de keuze komen voor
een bepaald beleggingsfonds.


   

Stap 1: bepalen
van de categorieverdeling


Beleggers die niet de benodigde kennis bezitten van de financiële
markten moeten maar gaan beleggen in beleggingsfondsen. Dat wordt
vaak door beleggers beweerd. Is deze uitspraak wel juist?


Om daar een
antwoord op te vinden is het interessant om na te gaan welke beslissing
de meeste invloed heeft op het beleggingsresultaat. Volgens ABN
AMRO Asset Management geldt het volgende:



Invloed beslissingsniveau op portefeuilleresultaat:
























Beslissingsniveau:


Invloed
op portefeuilleresultaat:


Spreiding
over categorieën


50%


Spreiding
over regio's en landen


25%


Spreiding
over bedrijfstakken


20%


Keuze
van individuele ondernemingen


5%


Uit de tabel
kunt u halen dat de beheerders van sectorenfondsen slechts voor
5% het beleggingsrendement van een belegger bepalen. Voor landenfondsen
is dat 25%. De beleggingsfondsen belegger heeft vaak nog steeds
de meeste invloed op zijn eigen beleggingsrendement. Beleggers die
in sectorenfondsen beleggen bepalen zelf dus voor 95% hun beleggingsrendement.
Verschil in invloed op eigen rendement met een belegger die individuele
aandelen koopt op de beurs is er nauwelijks. De stelling dat beleggingsfondsen
alleen geschikt zijn voor beleggers die weinig van de financiële
markten afweten is een erg verkeerde veronderstelling. Een uitzondering
daarop vormen de mix-fondsen. Bij deze fondsen wordt spreiding over
de categorieën door de fondsbeheerders zelf aangebracht.


De grootste
invloed op uw rendement heeft de categorieverdeling. De categorieverdeling
is de verhouding tussen liquiditeiten, obligaties, aandelen en onroerend
goed binnen een portefeuille. Die verhouding is afhankelijk van
uw risicoprofiel. Maar ook van het aantal jaren dat u beschikbaar
heeft om een vermogen op te bouwen. De categorieverdeling kan bepaald
worden in overleg met uw financiële adviseur.


Stap 2: selecteren
van fiscaal gunstige fondsen


Het totaalrendement van een beleggingsfonds wordt normaal gesproken
bepaald door de koerswinst en het dividendrendement. Koerswinst
is voor particulieren fiscaal onbelast. Het dividendrendement beschouwt
de fiscus als inkomsten. Over de dividendinkomsten moet u inkomstenbelasting
betalen. Op het moment dat een beleggingsfonds dividend uitkeert
wordt direct 25% dividendbelasting ingehouden. Die dividendbelasting
is een voorheffing op de inkomstenbelasting. U kunt de ingehouden
dividendbelasting terug krijgen van de belasting als u onder de
dividendvrijstelling blijft. Per persoon geldt een vrijstelling
van fl.1000 per jaar en voor echtparen is dat fl.2.000. Kosten die
gemaakt zijn om het dividend te verkrijgen zijn aftrekbaar. Een
voorbeeld zijn de transactiekosten die uw bank in rekening brengt
om het dividend naar uw rekening te schrijven.







Een
rekenvoorbeeld:


Het ABN AMRO All in Fund keert in een jaar fl. 4,- dividend
uit. De koers van het fonds bedraagt fl. 100. Stel u bent
alleenstaande en bezit 300 aandelen. U ontvangt dan totaal
4 * 300 = fl. 1200 dividend. Hier gaat direct 25% dividendbelasting
van af. Op uw bankrekening wordt het volgende bedrag gestort
0,75 * 1200 = fl. 900,-. Uw bank trekt daar nog enkele guldens
transactiekosten van af.


Per persoon
geldt een dividendvrijstelling van fl.1000 per jaar. De 25%
ingehouden dividendbelasting over een dividendbedrag van fl.1000
kunt u terug vragen van de belasting. De fl.200 die u boven
de dividendvrijstelling zit, wordt bij uw inkomen opgeteld.


Heeft
u uw dividendvrijstelling benut en zit u in een belastingtarief
van 50% of meer dan zal extra dividend u weinig opleveren.
Voor elke gulden dividend gaat dan 50 cent naar de belasting.


Om onder
de dividendvrijstelling te blijven kunt u zoeken naar aandelenfondsen
die weinig dividend uitkeren. In de meeste gevallen boeken
deze fondsen meer koerswinst en blijft het totaal bruto rendement
gelijk. Koerswinst is belastingvrij, u houdt netto meer over.
Het kost wel even zoekwerk om de juiste aandelenfondsen te
vinden. Bij obligatiefondsen ligt dat een stuk eenvoudiger.
U kan kiezen uit twee soorten fondsen. De obligatiefondsen
die dividend uitkeren en de obligatiefondsen netto, die geen
dividend uitkeren.


De obligatiefondsen
netto worden ook wel "groeifondsen" genoemd. Een groeifonds
rekent zelf af met de fiscus tegen een tarief van 35% vennootschapsbelasting.
Er blijft vervolgens onbelaste koerswinst over. Dergelijke
fondsen zijn interessant als u in een belastingtarief van
50% of hoger valt en de dividendvrijstelling volledig heeft
benut. In bijna alle andere gevallen is het aan te raden om
te kiezen voor de obligatiefondsen dividend uitkerend. De
Obligatiefondsen netto, betalen dus 35% vennootschapsbelasting,
wanneer zij in Nederland gevestigd zijn. Natuurlijk zijn er
landen met een beter belastingklimaat. Er zijn dan ook beleggingsfondsen
in andere landen gevestigd om daar de vruchten van te plukken.
Omdat de Nederlandse fiscus op deze manier inkomsten mis loopt,
vallen deze fondsen onder de fictief rendementsbepaling. Het
fictief rendement moet de belegger bij zijn aangifte inkomstenbelasting
opgeven. Voor deze fondsen is dat 6%, tenzij is aan te tonen
dat het daadwerkelijke rendement lager is geweest. Deze fondsen
zijn interessant voor beleggers die 50% of 60% inkomstenbelasting
betalen. Over het algemeen hebben obligatiefondsen met een
fictief rendement een iets hoger risico dan de gewone obligatiefondsen.



Stap 3: globaal
bepalen van de categorieënspreiding


In de
eerste stap heeft u de categorie verdeling bepaald. Uw optimale
categorieverdeling kan er als volgt uitzien:

20% liquiditeiten

30% obligaties

50% aandelen.


Nu volgt de
vraag welke beleggingsfondsen binnen deze categorieën het meest
geschikt voor u zijn. Met de liquiditeitenfondsen loopt u in de
meeste gevallen geen risico's. Hierdoor liggen de rendementen van
de verschillende aanbieders niet veel uit elkaar. Het maakt dan
ook niet uit voor welk liquiditeitsfonds u kiest. De keuze welk
obligatiefonds u neemt, is afhankelijk van uw fiscale situatie.
In stap 2 kan dit bepaald worden. De historische rendementen van
obligatiefondsen kunnen wel sterk uit elkaar lopen. Over het algemeen,
hoe hoger het rendement, hoe groter de risico's. Vaak heeft dit
te maken met het beleggingsbeleid van de fondsbeheerders. Zo hebben
obligaties met een lange looptijd een hoger risico dan obligaties
met een korte looptijd. De invulling binnen de categorie aandelenfondsen
is een stuk ingewikkelder dan boven genoemde categorieën. Dit kan
op verschillende niveaus gebeuren, afhankelijk van uw kennis over
financiële markten en hoe actief u er mee bezig wilt zijn:



  • Uw kennis
    van de financiële markten is niet groot. U bent niet bereid om
    er veel tijd aan te besteden. Kies dan voor de aandelenfondsen
    die wereldwijd beleggen. De spreiding over de landen, sectoren
    en individuele aandelen wordt voor u gemaakt.

  • U beschikt
    over een goede kennis van de financiële markten. U wilt redelijk
    actief beleggen. Kies dan voor de landen aandelenfondsen. De landenspreiding
    dient de belegger naar eigen inzicht te maken of met behulp van
    een beleggingsadviseur. De spreiding over sectoren en individuele
    aandelen wordt voor u gemaakt. Met deze beleggingsmethode bepaalt
    u zelf voor 75% uw beleggingsrendement.

  • U beschikt
    over een goede kennis van de financiële markten. U wilt actief
    beleggen. Kies dan voor de sector fondsen eventueel in combinatie
    met de landenfondsen. De sector verdeling dient de belegger naar
    eigen inzicht te maken of met hulp van een beleggingsadviseur.
    De spreiding over de individuele aandelen wordt voor u gemaakt.
    Met deze beleggingsmethode bepaalt u zelf voor 95% uw beleggingsrendement.
    Een verschil met iemand die individuele aandelen koopt, is er
    nauwelijks.


Stap 4: selecteren
van een beleggingsfonds binnen een categorie


Na de vorige drie stappen moet het mogelijk zijn een keuze te maken
voor een bepaald fonds.


Binnenkort kunt
u de beleggingsfondsendatabase bezoeken op deze site.




Beleggen
voor beginners:

Introductie  | 
Aandelen | 
Opties  | 
Beleggingsfondsen
 |  Obligaties | 
Provisies | definities






beleggen  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Terug naar Balder Beleggen