Stap 1: bepalen van de categorieverdeling
Beleggers die niet de benodigde kennis bezitten van de financiële markten moeten maar gaan beleggen in beleggingsfondsen. Dat wordt vaak door beleggers beweerd. Is deze uitspraak wel juist? Om daar een antwoord op te vinden is het interessant om na te gaan welke beslissing de meeste invloed heeft op het beleggingsresultaat. Volgens ABN AMRO Asset Management geldt het volgende:
Invloed beslissingsniveau op portefeuilleresultaat:
Beslissingsniveau: | Invloed op portefeuilleresultaat: | Spreiding over categorieën | 50% | Spreiding over regio's en landen | 25% | Spreiding over bedrijfstakken | 20% | Keuze van individuele ondernemingen | 5% |
Uit de tabel kunt u halen dat de beheerders van sectorenfondsen slechts voor 5% het beleggingsrendement van een belegger bepalen. Voor landenfondsen is dat 25%. De beleggingsfondsen belegger heeft vaak nog steeds de meeste invloed op zijn eigen beleggingsrendement. Beleggers die in sectorenfondsen beleggen bepalen zelf dus voor 95% hun beleggingsrendement. Verschil in invloed op eigen rendement met een belegger die individuele aandelen koopt op de beurs is er nauwelijks. De stelling dat beleggingsfondsen alleen geschikt zijn voor beleggers die weinig van de financiële markten afweten is een erg verkeerde veronderstelling. Een uitzondering daarop vormen de mix-fondsen. Bij deze fondsen wordt spreiding over de categorieën door de fondsbeheerders zelf aangebracht. De grootste invloed op uw rendement heeft de categorieverdeling. De categorieverdeling is de verhouding tussen liquiditeiten, obligaties, aandelen en onroerend goed binnen een portefeuille. Die verhouding is afhankelijk van uw risicoprofiel. Maar ook van het aantal jaren dat u beschikbaar heeft om een vermogen op te bouwen. De categorieverdeling kan bepaald worden in overleg met uw financiële adviseur. Stap 2: selecteren van fiscaal gunstige fondsen
Het totaalrendement van een beleggingsfonds wordt normaal gesproken bepaald door de koerswinst en het dividendrendement. Koerswinst is voor particulieren fiscaal onbelast. Het dividendrendement beschouwt de fiscus als inkomsten. Over de dividendinkomsten moet u inkomstenbelasting betalen. Op het moment dat een beleggingsfonds dividend uitkeert wordt direct 25% dividendbelasting ingehouden. Die dividendbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting. U kunt de ingehouden dividendbelasting terug krijgen van de belasting als u onder de dividendvrijstelling blijft. Per persoon geldt een vrijstelling van fl.1000 per jaar en voor echtparen is dat fl.2.000. Kosten die gemaakt zijn om het dividend te verkrijgen zijn aftrekbaar. Een voorbeeld zijn de transactiekosten die uw bank in rekening brengt om het dividend naar uw rekening te schrijven. Een rekenvoorbeeld:
Het ABN AMRO All in Fund keert in een jaar fl. 4,- dividend uit. De koers van het fonds bedraagt fl. 100. Stel u bent alleenstaande en bezit 300 aandelen. U ontvangt dan totaal 4 * 300 = fl. 1200 dividend. Hier gaat direct 25% dividendbelasting van af. Op uw bankrekening wordt het volgende bedrag gestort 0,75 * 1200 = fl. 900,-. Uw bank trekt daar nog enkele guldens transactiekosten van af. Per persoon geldt een dividendvrijstelling van fl.1000 per jaar. De 25% ingehouden dividendbelasting over een dividendbedrag van fl.1000 kunt u terug vragen van de belasting. De fl.200 die u boven de dividendvrijstelling zit, wordt bij uw inkomen opgeteld. Heeft u uw dividendvrijstelling benut en zit u in een belastingtarief van 50% of meer dan zal extra dividend u weinig opleveren. Voor elke gulden dividend gaat dan 50 cent naar de belasting. Om onder de dividendvrijstelling te blijven kunt u zoeken naar aandelenfondsen die weinig dividend uitkeren. In de meeste gevallen boeken deze fondsen meer koerswinst en blijft het totaal bruto rendement gelijk. Koerswinst is belastingvrij, u houdt netto meer over. Het kost wel even zoekwerk om de juiste aandelenfondsen te vinden. Bij obligatiefondsen ligt dat een stuk eenvoudiger. U kan kiezen uit twee soorten fondsen. De obligatiefondsen die dividend uitkeren en de obligatiefondsen netto, die geen dividend uitkeren. De obligatiefondsen netto worden ook wel "groeifondsen" genoemd. Een groeifonds rekent zelf af met de fiscus tegen een tarief van 35% vennootschapsbelasting. Er blijft vervolgens onbelaste koerswinst over. Dergelijke fondsen zijn interessant als u in een belastingtarief van 50% of hoger valt en de dividendvrijstelling volledig heeft benut. In bijna alle andere gevallen is het aan te raden om te kiezen voor de obligatiefondsen dividend uitkerend. De Obligatiefondsen netto, betalen dus 35% vennootschapsbelasting, wanneer zij in Nederland gevestigd zijn. Natuurlijk zijn er landen met een beter belastingklimaat. Er zijn dan ook beleggingsfondsen in andere landen gevestigd om daar de vruchten van te plukken. Omdat de Nederlandse fiscus op deze manier inkomsten mis loopt, vallen deze fondsen onder de fictief rendementsbepaling. Het fictief rendement moet de belegger bij zijn aangifte inkomstenbelasting opgeven. Voor deze fondsen is dat 6%, tenzij is aan te tonen dat het daadwerkelijke rendement lager is geweest. Deze fondsen zijn interessant voor beleggers die 50% of 60% inkomstenbelasting betalen. Over het algemeen hebben obligatiefondsen met een fictief rendement een iets hoger risico dan de gewone obligatiefondsen. |
Stap 3: globaal bepalen van de categorieënspreiding
In de eerste stap heeft u de categorie verdeling bepaald. Uw optimale categorieverdeling kan er als volgt uitzien:
20% liquiditeiten
30% obligaties
50% aandelen. Nu volgt de vraag welke beleggingsfondsen binnen deze categorieën het meest geschikt voor u zijn. Met de liquiditeitenfondsen loopt u in de meeste gevallen geen risico's. Hierdoor liggen de rendementen van de verschillende aanbieders niet veel uit elkaar. Het maakt dan ook niet uit voor welk liquiditeitsfonds u kiest. De keuze welk obligatiefonds u neemt, is afhankelijk van uw fiscale situatie. In stap 2 kan dit bepaald worden. De historische rendementen van obligatiefondsen kunnen wel sterk uit elkaar lopen. Over het algemeen, hoe hoger het rendement, hoe groter de risico's. Vaak heeft dit te maken met het beleggingsbeleid van de fondsbeheerders. Zo hebben obligaties met een lange looptijd een hoger risico dan obligaties met een korte looptijd. De invulling binnen de categorie aandelenfondsen is een stuk ingewikkelder dan boven genoemde categorieën. Dit kan op verschillende niveaus gebeuren, afhankelijk van uw kennis over financiële markten en hoe actief u er mee bezig wilt zijn: - Uw kennis
van de financiële markten is niet groot. U bent niet bereid om er veel tijd aan te besteden. Kies dan voor de aandelenfondsen die wereldwijd beleggen. De spreiding over de landen, sectoren en individuele aandelen wordt voor u gemaakt. - U beschikt
over een goede kennis van de financiële markten. U wilt redelijk actief beleggen. Kies dan voor de landen aandelenfondsen. De landenspreiding dient de belegger naar eigen inzicht te maken of met behulp van een beleggingsadviseur. De spreiding over sectoren en individuele aandelen wordt voor u gemaakt. Met deze beleggingsmethode bepaalt u zelf voor 75% uw beleggingsrendement. - U beschikt
over een goede kennis van de financiële markten. U wilt actief beleggen. Kies dan voor de sector fondsen eventueel in combinatie met de landenfondsen. De sector verdeling dient de belegger naar eigen inzicht te maken of met hulp van een beleggingsadviseur. De spreiding over de individuele aandelen wordt voor u gemaakt. Met deze beleggingsmethode bepaalt u zelf voor 95% uw beleggingsrendement. Een verschil met iemand die individuele aandelen koopt, is er nauwelijks.
Stap 4: selecteren van een beleggingsfonds binnen een categorie
Na de vorige drie stappen moet het mogelijk zijn een keuze te maken voor een bepaald fonds. Binnenkort kunt u de beleggingsfondsendatabase bezoeken op deze site. Beleggen voor beginners: Introductie | Aandelen | Opties | Beleggingsfondsen | Obligaties | Provisies | definities |