|
Onderwerpen >> Investeringsregelingen
Investeringregelingen
U kunt als
ondernemer financieel voordeel behalen met een aantal
stimuleringsregelingen voor investeringen.
Iedere
ondernemer in Nederland die belastingplichtig is voor de inkomsten- of
vennootschapsbelasting kan van deze regelingen gebruik maken. Er is geen
einddatum vastgesteld voor de regelingen. U kunt dus ieder jaar opnieuw een
aanvraag indienen. Wel moet u rekening houden met de uitputting van het
beschikbare budget voor de regelingen in een jaar. Ook gelden er
meldingstermijnen voor het gebruik maken van de regelingen.
Ieder jaar
wordt er per regeling een lijst vastgesteld met bedrijfsmiddelen die onder
de regeling vallen. Dit gebeurt op basis van voorstellen vanuit het
bedrijfsleven en de overheid.
Energie-investeringsaftrek
(EIA)
Doel
Het stimuleren van investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen of
in duurzame energie.
Doelgroep
Ondernemers die in Nederland onderworpen zijn aan de inkomsten- of vennootschapsbelasting.
Voorwaarden
De Energie-investeringsaftrek (EIA) is een fiscale aftrekregeling die
ondernemers die investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen en
duurzame energie, een direct financieel voordeel biedt. Van de
jaarinvesteringskosten (aanschaf- en voortbrengingskosten) van deze
bedrijfsmiddelen is 55 procent aftrekbaar van de fiscale winst. Om in
aanmerking te komen voor de EIA moet het bedrag aan energie-investeringen
ten minste € 1900 bedragen. De bedrijfsmiddelen mogen niet eerder zijn
gebruikt. De maximale aftrek per kalenderjaar bedraagt 99 miljoen euro. Op
de Energielijst staat vermeld welke bedrijfsmiddelen in ieder geval voor
EIA in aanmerking komen.
Bedrijfsmiddelen die niet op de lijst vermeld zijn, maar wel energie of fossiele
brandstoffen besparen, moeten een algemene besparingsnorm halen om eveneens
voor EIA in aanmerking te komen. Onder bepaalde voorwaarden komen ook de
kosten van een energieadvies voor EIA in aanmerking.
Stimulering
Er geldt een vast percentage van 55 procent.
Regeling willekeurige afschrijving
arbo-investeringen (FARBO)
Doel
Het stimuleren van investeringen in bedrijfsmiddelen die in het belang zijn
van de arbeidsomstandigheden. Ondernemingen kunnen bedrijfsmiddelen die
voorkomen op de zogenoemde Arbolijst fiscaal vrij (willekeurig)
afschrijven. Dit levert een rente- en liquiditeitsvoordeel op.
Doelgroep
Ondernemers of winstgerechtigden.
Voorwaarden
Elke onderneming die in Nederland onderworpen is aan de inkomsten- of
vennootschapsbelasting kan in beginsel van de FARBO-regeling gebruikmaken.
Het bedrijfsmiddel moet zijn opgenomen op de Arbolijst. Om in aanmerking te
komen voor de FARBO moet het bedrag van de arbo-investering ten minste
€ 450 bedragen. De investering moet betrekking hebben op aanschaffings-
en voortbrengingskosten en staan vermeld op de Arbolijst die jaarlijks
wordt opgesteld door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Regeling
Arbo-afdrachtvermindering (afdrachtvermindering Arbo non-profit)
Doel
Het stimuleren van investeringen in bedrijfsmiddelen die in het belang zijn
van de arbeidsomstandigheden. Inhoudingsplichtigen van een
non-profitinstelling kunnen met de aanschaf van bedrijfsmiddelen die
voorkomen op de zogenoemde Arbolijst met een afdrachtvermindering
loonheffing een financieel voordeel behalen van 3,5 procent van het
investeringsbedrag.
Doelgroep
Inhoudingsplichtigen/werkgevers van een non-profitinstelling, niet
onderworpen aan de inkomsten- of vennootschapsbelasting, maar die wel
loonbelasting en premie voor de volksverzekering afdragen.
Voorwaarden
Elke inhoudingsplichtige die loonbelasting en premie voor de
volksverzekering afdraagt van een non-profitinstelling kan in beginsel van
de regeling Arbo-afdrachtvermindering gebruikmaken. Deze regeling wordt ook
wel afdrachtvermindering Arbo non-profit genoemd. Het bedrijfsmiddel moet
zijn opgenomen op de Arbolijst. Om in aanmerking te komen voor de
Arbo-afdrachtvermindering moet het bedrag van de arbo-investering ten
minste € 450 bedragen. De investering moet betrekking hebben op
aanschaffings- en voortbrengingskosten en staan vermeld op de Arbolijst die
jaarlijks wordt opgesteld door het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid.
Milieu-investeringsaftrek (MIA)
Willekeurige afschrijving Milieu-investeringen
(VAMIL)
Doel
Het stimuleren van milieu-investeringen. Enerzijds door een bepaald
percentage van de investering aftrekbaar te maken van de fiscale winst,
anderzijds door het fiscaal vrij (willekeurig) afschrijven van bepaalde milieu-investeringen
en energievoorzieningen. Dit levert een rente- en liquiditeitsvoordeel op.
Doelgroep
Ondernemers die in Nederland onderworpen zijn aan de inkomsten- of
vennootschapsbelasting.
Voorwaarden
Elke onderneming die in Nederland onderworpen is aan de inkomsten- of
vennootschapsbelasting kan in beginsel van de Milieu-investeringsaftrek of
Willekeurige afschrijving milieu-investeringen gebruikmaken. De
bedrijfsmiddelen mogen niet eerder zijn gebruikt en moeten in het belang
zijn van de bescherming van het Nederlandse milieu. Om in aanmerking te
komen voor de MIA moet het bedrag aan milieu-investeringen ten minste e
1900 bedragen.
Deze investeringen betreffen aanschaffings- en voortbrengingskosten en
staan vermeld op de Milieulijst die jaarlijks wordt opgesteld door het
ministerie van VROM. De Milieulijst geeft aan welke bedrijfsmiddelen in
ieder geval voor de MIAVAMIL in aanmerking komen.
Onder bepaalde voorwaarden komen ook de kosten van een milieuadvies voor
MIA in aanmerking.
Stimulering
De MIA is een fiscale aftrekregeling voor ondernemers die investeren in
milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen. Het is namelijk zo dat dergelijke
bedrijfsmiddelen direct financieel voordeel bieden, doordat 40, 30 of 15
procent van de investeringskosten aftrekbaar is van de fiscale winst. De
Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) biedt een
liquiditeits- en rentevoordeel doordat de verschuldigde belasting naar de
toekomst wordt verschoven. Beide regelingen kunnen naast elkaar worden
toegepast
Willekeurige
afschrijving nieuwe gebouwen
Wie kan
gebruikmaken van de willekeurige afschrijving?
Als u in bepaalde aangewezen gemeenten investeert in gebouwen, dan kunt u
gebruikmaken van de regeling Willekeurige afschrijving. U kunt dan afwijken
van de gebruikelijke regels voor afschrijven en een willekeurig bedrag
afschrijven.
De willekeurige afschrijving is maximaal 50% van de aanschaffings- of
voortbrengingskosten die worden afgeschreven. De willekeurige afschrijving
geldt voor gebouwen in aangewezen gemeenten. U vindt deze gemeenten in de
lijst achter deze toelichting.
De regeling
voor Willekeurige afschrijving is van toepassing op een investering in vast
kapitaal voor:
|
-
|
de oprichting van een nieuwe vestiging; of
|
|
-
|
de uitbreiding van een bestaande vestiging; of
|
|
-
|
het starten van een activiteit die een fundamentele
wijziging met zich meebrengt in het product of in het productieproces van
een bestaande vestiging.
|
U kunt dus
geen gebruikmaken van de willekeurige afschrijving als het gaat om een
investering die is bedoeld voor het vervangen van een gebouw. De
willekeurige afschrijving is ook niet van toepassing op gebouwen die worden
gebruikt door ondernemingen die niet onder de vennootschapbelasting vallen,
of daarvan zijn vrijgesteld. Daarnaast zijn beleggingsinstellingen
uitgesloten van de regeling.
De regeling
geldt in principe voor alle sectoren van het bedrijfsleven, behalve voor de
productie, verwerking en handel van landbouwproducten, de visserij, de
steenkoolindustrie en de staalsector die niet valt onder de werkingssfeer
van het EGKS-Verdrag. Deze sectoren kunnen namelijk al gebruikmaken van
andere EU-subsidieregelingen.
U
investeert in nieuwe gebouwen
Als u in nieuwe gebouwen investeert, gelden de volgende voorwaarden:
|
-
|
de aanschaffings- en voortbrengingskosten voor het nieuwe
gebouw zijn ten minste € 907.560;
|
|
-
|
de gebouwen zijn gevestigd in één van de gemeenten die
voorkomen op de Nederlandse regionale steunkaart voor de periode 2000 -
2006;
|
|
-
|
het gebouw is in (economische) eigendom van een onderneming
die valt onder de vennootschapsbelasting;
|
|
-
|
de verplichtingen voor het nieuwe gebouw zijn aangegaan of
de voortbrengingskosten zijn gemaakt tussen 1 januari 2001 en 31 december
2006;
|
|
-
|
het gebouw wordt in gebruik genomen binnen drie jaar na het
begin van het kalenderjaar waarin de investering is gedaan.
|
Duur van
de investering
De investering moet minimaal tien jaar behouden blijven, anders moet u het bedrag
dat u heeft afgetrokken, weer bijtellen bij de winst. De termijn van tien
jaar gaat in op 1 januari van het kalenderjaar waarin u de verplichtingen
voor de investering bent aangegaan of de voortbrengingskosten heeft
gemaakt.
Subsidie
Mogelijk ontvangt u al een subsidie voor de investering of heeft u een
subsidie aangevraagd voor de investering. In dat geval wordt het bedrag
waarover u willekeurig kunt afschrijven, verminderd met het subsidiebedrag.
Bron:
belastingdienst
Ondernemers : Ondernemers
| Omzetbelasting | Loonbelasting l Investeringsregelingen l Motorrijtuigenbelasting | vennootschapsbelasting l Ziekenfondswet zelfstandigen l Startende ondernemers l veranderingen |
Winst uit onderneming belast
in box 1 l Meesleep- en
meetrekregeling l Commanditaire
vennoten l Scheepvaart- en
film cvXFX002s l Man-vrouwfirmaXFX002s l Fiscale
beleggingsinstelling l Aftrekposten voor
ondernemers l Investerings-
en scholingsaftrek l Stakingen
l Klein bedrijf belastingvrij
over te dragen l Fiscale
oudedagsreserve l Reiskosten
l Werkgeversvergoedingen
en bedrijfsspaarregelingen l Strafheffing op vennootschapbelasting bij sterke toename
dividenduitkering
|